10.9.13

VERSLAG UIT HET ONDERGRONDSE

 9 september 2013 live geschreven tijdens gemeenteraadsvergadering Zutphen

Ik spreek tot u namens een wijk die u nooit noemt,
ver onder de stralende kroonluchters, de vrolijk gekleurde
stoelen, dieper dan de glanzende vloeren, waar de spelregels
voorschrijven dat verdiepende vragen niet toegestaan zijn,
alleen verhelderende. Als u ons wilt vinden, moet u niet aan
tafel, maar onder tafel, en verder. Bellen en fluitjes klinken
hier niet door, al dan niet verstuurde brieven worden hier
niet gezien, papierloos vergaderen is onze grondhouding,
net als downloaden, wij hoeven niet sneller te praten
om binnen drie minuten te blijven.

Waar boven de consequenties altijd onduidelijk lijken
te blijven, hier beneden zijn ze dat wel, hier worden
antwoorden gegeven nog voor de vragen gesteld worden,
wij weten wat de gevolgen van besluiten zijn voor de
ozb, de buurman zal ze zo uitdelen.

Hier zijn we net als op uw publieke tribune gewoon
blijk te geven van emoties, we zijn afwisselend blij,
wanhopig, strijdlustig, gefrustreerd, bezorgd, boos,
deze leidingen knappen en versmelten tot een kolkend
hete gemoedstoestand zonder natuurlijk rustmoment,
maar wat er onder de grond gebeurt blijft onzichtbaar.

Behalve op maandagavond, dan wordt de hoge spanning
soms even zichtbaar als rode gloed in de toppen van
de zwarte scheuten die uit de tafels groeien.


4.9.13

EEN TITEL of HENRIETTE POLAK EN IK

Een plek waar ik de echo van mijn woorden kan
horen voor ik ze geschreven heb, harmoniërend
met bestaande bebouwing en een eigen karakter.
Een plek waarvan de ligging ten opzichte van de
zon optimaal benut is, uitzicht op blauwe hemel
vanuit een torenkamer, waar ik in het donker
durf te lopen, met volwaardige voorzieningen.
Een plek die mij een beschermeling maakt.

Een plek die een symbolisch bedrag waard is
waar ik mijn fortuin kan opmaken, om mooie
dingen te verzamelen, waarvan ik de opening
nog mee kan maken, waar ik opnieuw geboren
kan worden, met goede ontsluiting via openbaar
vervoer en voldoende parkeergelegenheid.

Een plek waar ik op kan navigeren, een plek
die ik steeds opnieuw kan ontdekken, waar
ik me af kan duwen. Een plek die ik maak
door er een titel boven te zetten.

Voor festival Verhalen aan Boord

30.7.13

Stadsdichter (2)


Stadsdichters linkerbeen staat al op de kant, zijn rechterbeen echter trilt nog in de kano. Die drijft door de spreidende kracht weer langzaam van de kant af, waardoor stadsdichters billen langzaam maar zeker richting het wateroppervlakte van de Berkel gaan. Als het water langzaam door stadsdichters broek heen dringt, vraagt hij zich af of hij niet beter in de torenkamer zijn fantasie had kunnen laten werken, in plaats van op excursie te gaan met de ervaren kanoërs van vereniging Anax. Evengoed kwam er een gedicht (video vanaf 2.36) voor het 30-jarig bestaan van de vereniging.

Dit dieptepunt was een van de hoogtepunten van het eerste half jaar stadsdichterschap van Zutphen. Eigenlijk beleef ik elk gedicht dat ik aflever als hoogtepunt. Dat is zo leuk aan stadsdichter zijn: het mij steeds verdiepen in zoveel verschillende onderwerpen, schrijven, schrijven, schrijven en voorlezen (zoals bijvoorbeeld bij het nieuwe nieuwscafé Stroom van De Stentor, video vanaf 10); het is alsof ik in een draaimolen ben gestapt, die door alle mensen die een gedicht verlangen telkens een duwtje krijgt.



Een keer was ik bang van de draaimolen geslingerd te worden. Stedelijke Musea Zutphen vroeg me de nieuwe tentoonstelling Je ziet niet wat je ziet te openen. Met Daan Doesborgh. Dit is de voormalig stadsdichter van Venlo die bekend staat als uitstekend slammer. Hij werd een keer Nederlands Kampioen en stond in de halve finale van het wereldkampioenschap. Laat u dan ook niet misleiden door de foto (bron: Stedelijke Musea Zutphen) waar Daan verbaasd aan zijn sik lijkt te trekken, terwijl ik hem om de oren sla met mijn woorden. U kunt namelijk op de foto, per definitie een momentopname van minder dan een seconde, niet zien hoe erg mijn papier trilde. Hij was me te slim af: op mijn persoonlijke aanvallen reageerde hij juist met zachte, liefdevolle gedichten.


Deze zomer draait de molen even wat zachter, maar ik sta dit najaar weer voor u klaar, met gedichten voor onder meer de Wereld Alzheimer Dag, Verhalen aan boord en Vocaal Ensemble Zutphen. 

14.6.13

KWIJT

Ik ken je alleen van de foto die de politie
verspreidde om antwoord te krijgen op
vragen over je laatste uren. Een hond zit
op je schoot, je hebt oorbellen van paperclips.

Zonder kreukel of scheur vellen papier bij
elkaar houden is het doel, maar de paperclip
wordt vaak gebruikt voor dingen waarvoor
hij niet ontworpen is, zoals het afreageren
van frustraties door hem te verbuigen.
Een kwart van alle paperclips raakt kwijt.

Jij had net een nieuw huis gevonden. De buren
omschrijven je als een aardige jonge vrouw.
Ze hoorden je gillen, de hond janken en toen
een harde klap. Je werd op bed gevonden
als een verloren vel papier.

5.5.13

VEILIG

Oma zit aan tafel. Haar benige vingers
spelen met de draadjes van het kleed.

Het is oorlog. Ze is in dienst op een kasteel.
Meneer werkt voor het verzet en is veel op pad.
Als ze de geraniums achter de ramen weghaalt
weet meneer dat hij niet binnen moet komen.

De kransen die we vandaag leggen, zijn over
twee weken verkleurd. De bloemblaadjes
die ik op oma's graf liet vallen, zijn vergaan.

Iedere keer als ik over oorlog hoor
zit ik bij oma aan tafel, zet ze
verse bloemen op de vensterbank.