4.9.13

EEN TITEL of HENRIETTE POLAK EN IK

Een plek waar ik de echo van mijn woorden kan
horen voor ik ze geschreven heb, harmoniërend
met bestaande bebouwing en een eigen karakter.
Een plek waarvan de ligging ten opzichte van de
zon optimaal benut is, uitzicht op blauwe hemel
vanuit een torenkamer, waar ik in het donker
durf te lopen, met volwaardige voorzieningen.
Een plek die mij een beschermeling maakt.

Een plek die een symbolisch bedrag waard is
waar ik mijn fortuin kan opmaken, om mooie
dingen te verzamelen, waarvan ik de opening
nog mee kan maken, waar ik opnieuw geboren
kan worden, met goede ontsluiting via openbaar
vervoer en voldoende parkeergelegenheid.

Een plek waar ik op kan navigeren, een plek
die ik steeds opnieuw kan ontdekken, waar
ik me af kan duwen. Een plek die ik maak
door er een titel boven te zetten.

Voor festival Verhalen aan Boord

30.7.13

Stadsdichter (2)


Stadsdichters linkerbeen staat al op de kant, zijn rechterbeen echter trilt nog in de kano. Die drijft door de spreidende kracht weer langzaam van de kant af, waardoor stadsdichters billen langzaam maar zeker richting het wateroppervlakte van de Berkel gaan. Als het water langzaam door stadsdichters broek heen dringt, vraagt hij zich af of hij niet beter in de torenkamer zijn fantasie had kunnen laten werken, in plaats van op excursie te gaan met de ervaren kanoërs van vereniging Anax. Evengoed kwam er een gedicht (video vanaf 2.36) voor het 30-jarig bestaan van de vereniging.

Dit dieptepunt was een van de hoogtepunten van het eerste half jaar stadsdichterschap van Zutphen. Eigenlijk beleef ik elk gedicht dat ik aflever als hoogtepunt. Dat is zo leuk aan stadsdichter zijn: het mij steeds verdiepen in zoveel verschillende onderwerpen, schrijven, schrijven, schrijven en voorlezen (zoals bijvoorbeeld bij het nieuwe nieuwscafé Stroom van De Stentor, video vanaf 10); het is alsof ik in een draaimolen ben gestapt, die door alle mensen die een gedicht verlangen telkens een duwtje krijgt.



Een keer was ik bang van de draaimolen geslingerd te worden. Stedelijke Musea Zutphen vroeg me de nieuwe tentoonstelling Je ziet niet wat je ziet te openen. Met Daan Doesborgh. Dit is de voormalig stadsdichter van Venlo die bekend staat als uitstekend slammer. Hij werd een keer Nederlands Kampioen en stond in de halve finale van het wereldkampioenschap. Laat u dan ook niet misleiden door de foto (bron: Stedelijke Musea Zutphen) waar Daan verbaasd aan zijn sik lijkt te trekken, terwijl ik hem om de oren sla met mijn woorden. U kunt namelijk op de foto, per definitie een momentopname van minder dan een seconde, niet zien hoe erg mijn papier trilde. Hij was me te slim af: op mijn persoonlijke aanvallen reageerde hij juist met zachte, liefdevolle gedichten.


Deze zomer draait de molen even wat zachter, maar ik sta dit najaar weer voor u klaar, met gedichten voor onder meer de Wereld Alzheimer Dag, Verhalen aan boord en Vocaal Ensemble Zutphen. 

14.6.13

KWIJT

Ik ken je alleen van de foto die de politie
verspreidde om antwoord te krijgen op
vragen over je laatste uren. Een hond zit
op je schoot, je hebt oorbellen van paperclips.

Zonder kreukel of scheur vellen papier bij
elkaar houden is het doel, maar de paperclip
wordt vaak gebruikt voor dingen waarvoor
hij niet ontworpen is, zoals het afreageren
van frustraties door hem te verbuigen.
Een kwart van alle paperclips raakt kwijt.

Jij had net een nieuw huis gevonden. De buren
omschrijven je als een aardige jonge vrouw.
Ze hoorden je gillen, de hond janken en toen
een harde klap. Je werd op bed gevonden
als een verloren vel papier.

5.5.13

VEILIG

Oma zit aan tafel. Haar benige vingers
spelen met de draadjes van het kleed.

Het is oorlog. Ze is in dienst op een kasteel.
Meneer werkt voor het verzet en is veel op pad.
Als ze de geraniums achter de ramen weghaalt
weet meneer dat hij niet binnen moet komen.

De kransen die we vandaag leggen, zijn over
twee weken verkleurd. De bloemblaadjes
die ik op oma's graf liet vallen, zijn vergaan.

Iedere keer als ik over oorlog hoor
zit ik bij oma aan tafel, zet ze
verse bloemen op de vensterbank.

13.3.13

Stadsdichter (1)


Veel mensen vragen me hoe het 'nou' is om stadsdichter te zijn. Het antwoord verschilt per persoon, locatie en stemming. Een overzicht:
- Een geweldige eer. Het is goed te weten dat er steeds mensen op je werk wachten.
- Goed. Hoe is het met jou?
- Niet zo heel anders eigenlijk. Ik doe wat ik doe, maar nu voor een stad.
- Vreselijk. Het is beangstigend te weten dat er steeds mensen op je werk wachten.
- Nog een biertje?


Nadat ik hersteld was van de feestelijke avond waarop bekend werd gemaakt dat ik in 2013 en 2014 stadsdichter van Zutphen mag zijn, ben ik toch maar aan het werk gegaan. Ja.

Marco Mout daagde me uit de eerste stadsdichter te zijn die Twittergedichten publiceert. Ik neem die uitdaging graag aan (hashtag #tgz). Verder is dagblad De Stentor, editie Zutphen zo vriendelijk een speciaal hoekje aan mijn stadsgedichten te wijden. Daar mijn complete inzending voor de stadsdichterswedstrijd. Ook de Zutphense Koerier doet lekker mee: mijn eerste stiftgedicht (zie onder, klik voor groot) werd daarin onlangs gepubliceerd. Volg me op Facebook voor deze en andere plannen die ik voor de komende twee jaar heb. Zo verschijnt in de Boekenweek mijn eerste ansichtkaart met een gedicht, verfraaid door een kunstwerk van Wiets Stavast, vormgegeven door de immer flexibele Erik Besaris en gedrukt door Wöhrmann Print Service. Mijn tweede optreden als stadsdichter was tijdens het straatartiestenfestival Zutphen (gedicht vanaf 8.30). Check mijn agenda (rechts) voor komende optredens.

Tot zover. Tot morgen!