3.2.15

UITERWAARDEN

Er huist een stad in mij, waar ik torens 
met molens in een rechte lijn zie staan, 
de cirkel rond maak door de boog 
van de brug te volgen, een beeld 

boetseer van wolken die grond raken.
Door sloten tijd, over wallen van rust, 
langs prikkeldraad van zekerheden 
probeerde ik die plaats te leren kennen.

Ik heb de stad gezien, maar als door een 
beslagen ruit. Buiten sta ik nu nog even 
in schemering, jij schrijft binnen onder

een lamp en ziet ons (ik snap het niet) 
tegen de regen verschijnen: er staat 
een huis in mij, er huist een stad in jou.


Bij mijn afscheid als stadsdichter, opgedragen aan mijn opvolger Anna Wiersma

5.1.15

ZELFPORTRET ALS 2014

Ik ben topklok die de tijd iedere tien voor tien wegtikt,
te horen tot in buitenwijken, ik ben de bel bovenin de Broederenkerk.

Ik ben de prullenbak met daarin het project waar partijen twee jaar over praatten,
ik ben de droom van bestuurders die vloekte met het pluche,
ik ben de samenballing van alle kleuren in het stempotlood,
ik ben de stroom die 100 dagen voorkwam dat de stuurloze stad afdreef.

Ik ben een getal: 855, schrikbeeld van moeders en vaders met dochters,
ik ben een vader, ik ben een moeder, ik ben een dochter,
ik ben het lied in hun hart over hun brandende stad,
ik ben hun nieuwe stad waar ze later over zullen zingen.

Ik ben de winkelier die wacht op een klant, de grond die wacht op een wijk,
ik ben de leegte in het huis dat wacht op een lijf,
ik ben de warmte in een woning in De Teuge
die zich als vertrouwen langzaam verspreidt.

Ik ben de machinist die zichzelf als archeoloog opgraaft bij het station,
ik ben de tunnel die zich 400 jaar geleden sloot boven een boot,
ik ben de houten boot die je naar een andere tijd brengt,
ik ben het melkmeisje in de veerboot op de IJssel dat
pas als er een tunnel gegraven wordt de overkant haalt.

Ik ben de overkant waar je al tijden naar uit kijkt,
ik ben degene die vertrekt, maar er is iemand die mij opvolgt.

Ik ben mijn opvolger, ik ben het nieuwe jaar.


Voor de nieuwjaarontmoeting gemeente Zutphen 2015

13.12.14

KNEDEN

Niemand heeft antwoord op mijn vragen
over bakkerskleren. Ik draag de blauwwitte
ruit zonder hem te doorzien, rubberen zolen
op de meelgladde vloer om niet uit te glijden.

Om niet uit te glijden leer ik de weg van
mijn handen. Ik dompel ze onder in water,
boter en bloem. Ik moet tussen bitter en zoet,
pril en rijp de juiste verhouding vinden,

de juiste verhouding vinden met jou,
als doorgangen smal zijn ruimte maken,
muren breken om te groeien.

Om te groeien bak ik mij een weg naar buiten.


Voor het 18-jarig bestaan van ambachtscentrum Driekant.

29.9.14

ENDORFINE

dus daar sta je in de schemer met je tong je overhemd schoon te maken climax van de trip door het oerwoud van lijven muren benen stegen armen torens hoofden op zoek naar een kruimel van het medicijn een boon op een klein lapje grond is genoeg om een idee te laten groeien als een bos bruine krullen een festival als een doos bonbons je weet nooit wie je tegen komt een glimp van haar is de flinter die smelt op je vingertop en je krijgt zin je onder te dompelen in de bitterzoete stroom die door de straten van je hart stroomt maar dat staat vreemd wachtend op de laatste bus naar huis en dan kom je alleen thuis en rest je niets anders dan in de schemer de chocola van je overhemd likken

Chocoladefestival Zutphen 2014